Het is nu za nov 25, 2017 7:32 am




Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 2 berichten ] 
Recht een groot goed 
Auteur Bericht
Eisbein

Geregistreerd:
za nov 26, 2011 11:05 am
Berichten: 277
Bericht Recht een groot goed
Zo vlak voor de kerstdagen verdiep ik mij nog wel eens in oude tijdschriften uit de oorlogstijd of er vlak daarna. Een oude gewoonte mede omdat ik door informatie van regimenten en andere eenheden aan alle vrienden herinnerd word die de Grote Taptoe hebben geblazen. Dit keer lees ik in “De Zwerver” Weekblad van de Stichting L.O. L.K.P. Jaargang 1946, no. 31, 3 augustus het artikel van “AD” die over een bekend proces schrijft en daarin zijn gevoelens toont.

HET RECHT HEEFT ZIJN LOOP.

Voor 't eerst na de bevrijding woon ik weer een rechtszitting bij. Vandaag komt Boogaart, de verrader van de Weteringschans, voor zijn rechters. De kleine rechtszaal kan de schare belangstellenden niet bevatten. De meesten onder hen zijn niet uit blote nieuwsgierigheid gekomen. Daar zijn er velen, die op een of andere wijze een aandeel hadden in de voorbereidingen van de overval, of wien een taak zou hebben gewacht, indien deze gelukt zou zijn. Daar zijn ook de nabestaanden van hen, die bij dit pogen vielen. En ge werd stil bij de gedachte, wat deze dag hun brengt. Natuurlijk, zij willen alles weten over die laatste uren van hun geliefden. Maar hoe zwaar zal die wetenschap van hun folteringen hen straks drukken.
De bezoekers van de publieke tribune worden stuk voor stuk van top tot teen gefouilleerd. Ik weet niet of dat altijd gebeurt, maar moet er stillekens even om glimlachen. Je weet, dat er onder die toeschouwers jongens zijn die beter met een vuurwapen kunnen omgaan dan wie ook. En nu zie je hoe ze rustig, met een klein spotlichtje in de ogen, de handen der politiemannen langs hun zakken en broekspijpen laten glijden.
Wat kan er veel veranderen in korte tijd.
Als ik zo langs al die van verwachting gespannen gezichten kijk, komt de vraag bij me op, wat wij nu vandaag verwachten. En je voelt intuïtief, dat je onbevredigd zoudt heengaan, wanneer hier niet het bloed zou geëist worden van dengene aan wien handen het bloed kleeft van onze jongens, die bij hun moedige poging tot ontzet het leven lieten en van hen, wier leven door zijn ingrijpen niet gered kon worden. Maar bovenal verlangen wij, dat deze zitting de volledige rechtvaardiging van zulk een straf zal brengen. Als de leden van de rechtbank binnenschrijden en allen zich van hun plaats verheffen, voel je de sfeer, waarin het recht zijn beloop moet hebben, als voelbaar in de zaal. Het is iets dreigends, iets kils en tegelijk plechtig en ontzagwekkend. Er komen eerst enkele uitspraken.

We horen de doodstraf uitspreken tegen een S.S.-man, die aan het Oostfront vocht. De man staat er als een wassen beeld en het horen van die straf treft hem als de kogels na het salvo van een executiepeloton. Het strottenhoofd in de magere hals wringt zich in een kramp naar boven; ontzetting nijpt hem de keel toe. Er moet iets knappen in zijn hersens nu, of het doodsproces in zijn lichaam nu reeds een aanvang nam. Daarover valt de stilte als hoorbaar in de zaal. Het is erg, het is heel erg, de doodstraf tegen iemand te horen uitspreken. Je hebt het tientallen malen gelezen in de krant en het heeft je niet beroerd, je niets gedaan, je integendeel soms een voldaan gevoel gegeven. Maar nu je eigen oren het kunnen horen, je den man kunt zien, wien het doodvonnis treft, nu je gedachtig aan al je gevallen vrienden, voldaan zoudt moeten zijn, nu komt er iets van ontferming in je met den man, wien de banvloek treft; nu wordt je stil, omdat je de majesteit van de dood over de zaal voelt hangen. En je voelt hoe zwaar het moet zijn het zwaard der gerechtigheid te hanteren. Het is een dodelijk wapen voor hen wien het treft, doch het dragen van dat zwaard kan nooit een vreugde, maar moet een loodzware vermoeiende taak zijn.
Het duurt maar even. Dan wordt de ten dode gedoemde weggeleid.

En we horen een vrouw, die als gevangenbewaarster in dienst van de S.D., voor gevangenen bestemde pakketten te eigen bate aanwendde, vijf jaar gevangenisstraf opleg¬gen. Dan zijn we dat ogenblik van stilte van daareven vergeten en vragen elkaar, hoe het mogelijk is iemand voor een zo zwaar vergrijp, zo licht te straffen. En we vergeten, stuk voor stuk, dat wij niets van het verhoor weten en alleen maar afgaan op die combinatie van het feit en de straf, zonder de nuances te kennen. Want we realiseren ons dan nog niet hoe juist die nuances (we merkten het later bij de zaak-Boogaart) ons oordeel beïnvloeden.

Dan komt Boogaart voor het hekje; een weinig intelligente jongen, met een sterk naar achter lopend voorhoofd, die geheven kin en de armen langs het lichaam, rechtop tegenover zijn rechters staat. Dat was voor een der dagbladverslaggevers aanleiding te schrijven, dat hij een arrogante houding aannam. Dit was nu volstrekt onjuist. Boogaart was en bleef de S.S.-er, die volkomen correct de houding aannam, hem in de dienst aangeleerd. Uit heel zijn verhaal blijkt zijn stompzinnigheid. Hij heeft toch allen tijd gehad om zorgvuldig te wikken en te wegen wat nadelig voor hem is of in zijn voordeel kan spreken. Maar hij heeft geen aannemelijk verhaal. Hij zegt aanvankelijk niet te hebben willen meedoen, omdat persoonlijke belangen en niet het algemene belang op de voorgrond stond, wat een verontwaardigd protest op de tribune uitlokt. Hij legt dan nader uit dat het naar zijn mening met name ging om de bevrijding van den broer van één der overvallers en niet om het geheel. Bovendien zaten naar zijn mening de meesten voor lichte vergrijpen en zouden zeker niet ter dood gebracht worden. De schijnbare zelfverzekerdheid van zijn houding (overblijfsel van de dienst) is in volkomen tegenspraak met de onbenulligheden van zijn verklaringen. En als hij bij het getuigenverhoor de kans krijgt opmerkingen te maken over de uitgebrachte getuigenverklaringen, dan zwijgt hij over voor hem belangrijke verklaringen in zijn voor- of nadeel, doch vraagt hij gretig naar dingen, die uiteindelijk in zijn nadeel kunnen zijn. Zo is er de vraag, waarom de sleutel niet gekomen was, waarmee hij de deur zou moeten openen, niet beseffend, dat hij daardoor zijn schuld eerder verzwaarde, omdat hij de deur ook zonder de toegezegde sleutel geopend had. Een tragisch ogenblik is het als de verdachte naar zijn vader gevraagd wordt, die gescheiden van zijn moeder leefde en van wien hij niet weet waar hij woont. Dan klinkt een stem van de publieke tribune: „Hier is z'n vader." Wat een wereld van leed en ellende ligt in die enkele woorden. Wat moet er in dit vaderhart omgaan, nu zijn kind daar met zo zware schuld beladen voor zijn rechters staat? In schrille tegenstelling staat daartegenover de houding van de moeder, die naar veler mening medeschuldig staat, doch tegen wie practisch geen bewijzen zijn, en die kort voor de opvoering van het hoorspel over de overval op de Weteringschans door de VARA de omroepvereniging opbelde en dreigde met een vervolging, wanneer haar naam in het spel genoemd zou worden. Enerzijds de vader, die, hoewel diepgeschokt door de daad van zijn jongen, door zich hier ongevraagd bekend te maken, als 't ware iets van zijn straf wil meedragen, anderzijds de moeder, die, wellicht medeschuldig, dreigt, wanneer haar naam genoemd mocht worden.
Diepe indruk maakt het op ons, wanneer wij alle getuigen bij het afleggen van de eed, de hulp van den Almachtigen God horen inroepen over hun verklaringen. En wat er in ons omgaat als wij dat ook den S.D.-er Lages en den rechercheur Kuipers horen doen, laat zich denken. Maar diep voelen wij het verschil tussen het „Duitse recht" en het recht van thans (met al zijn gebreken), wanneer wij den president, Lages horen toevoegen, dat hij als getuige niet behoeft te antwoorden op vragen, waarvan de beantwoording zijn eigen zaak zouden kunnen schaden. Het is als een spotlach naar de methoden van den Duitser, die „kostte wat kost" uit een getuige haalde, wat er uit moest.
Afschuw vervult de zaal als Kuipers, met de handen op de rug onder de jas en over z'n schouder den verdediger op zijn vragen antwoordend, brutaal vertelt van zijn verzoek om het fusilleren van de gevangen K.P.-ers te mogen meemaken. Hij was alleen even geschrokken, toen hij het bloed zag spuiten bij het nekschot, dat de weerloos gebondenen, met het gezicht in een kuil liggend, kregen. En hij vertelt erbij, dat er enkele zwaargewonden op brancards bij waren, die ook op deze wijze werden afgemaakt. Zijn antwoorden op de vragen aangaande zijn rol bij het overbrengen van de mededeling van Boogaart omtrent de overval aan Viebahn zijn geraffineerd voorzichtig, doch ieder voelt, dat het tussen het bezoek van Boogaart aan Kuipers om ongeveer 12 uur s nachts en het ontbieden op de volgende morgen om 9 uur van Bogaart bij Viebahn de mededeling van Kuipers aan Viebahn ligt.
Er zijn zeer gunstige getuigenverklaringen van gewezen gevangenen over de houding van Boogaart tijdens zijn gevangenbewaarderschap. Hij heeft veel voor de gevangenen gedaan; was een van de weinige goede bewakers, bezorgde talrijke briefjes en pakketjes, verschafte zelfs wel de gelegenheid aan de gestraften van de gevangenis uit naar huis te telefoneren. Daarom durfde de K.P. ook met hem in zee gaan. Het is verwonderlijk zulks te horen en wij blijven dan ook volkomen in het duister tasten aangaande de motieven tot deze daad. Hij heeft er geen beloning voor gehad en de drieduizend gulden, die Johannes en Arie hem gegeven hadden, later aan de S.D. gegeven, waaruit deze de kosten van het hotel in Utrecht, waar Boogaart en zijn moeder verbleven, voldeed.
Heeft het bezit van dit bloedgeld hem zodanig gepijnigd, dat hij als Judas de penningen nam en ze gesmeten heeft voor de voeten der lastgevers? Dan steekt de houding der Farizeeën en Schriftgeleerden, die er een begraafplaats voor de vreemdelingen voor kochten, in ieder geval nog gunstig af bij die der S.D.-ers, die met het geld der verradenen, den verrader, die het niet wenste te bezitten, onderdak verschaften.
Het is een merkwaardige zaak, als getuigen in een rechtzaak, zowel van den president als van den procureur-fiscaal een compliment voor hun manhaftig gedrag ontvangen en dat de tribune daarop spontaan met een applaus antwoordt, zonder dat daarop het gebruikelijke vermaan tot stilte volgde. Maar ieder voelt, dat hier een dergelijk woord niet achterwege mag blijven, evenmin als het woord tot herdenking van hen, die bij dit grootse werk vielen.
Niemand verwondert zich als de procureur-fiscaal de doodstraf requireert. Hij geeft in zijn kort requisitoir goed aan wat in aller hart leeft. Deze zaak is een zaak, waarvan eigenlijk van tevoren vaststaat, wat de eis zal zijn. Ja, zo is het. En toch zien wij Boogaart na deze behandeling, al blijft zijn schuld in onze ogen even zwaar, anders. Er is een probleem in dit leven, waarvan wij de oplossing niet zien. Naast dat goede in zijn leven tegenover de gevangenen staat dat vreselijke verraad, waarvan hij misschien niet van de aanvang af, doch zeker in laatste instantie, de consequenties heeft moeten zien. De lummelachtigheid, de domheid, de onderworpenheid van deze figuur, brengen je van je stuk.
Op een figuur als Kuipers kun je je woede botvieren; hij tart je in 't gezicht. Deze jongen, die je zou willen haten, roept soms bijna het medelijden in je wakker, omdat hij er zo verloren, vergeten haast, bijstaat. De dingen gaan deels langs hem heen, bereiken hem niet meer. Daarvan maakt de verdediger, Mr. Mathuizen, een knap gebruik. Het is geen dankbare taak hier verdediger te zijn. En Mr. Mathuizen stelt ook voorop, dat hij dit op het allerlaatste ogenblik aanvaardde, omdat de oorspronkelijke verdediger plotseling verhinderd was. Hij wist toen zelfs nog niet, dat het deze zaak betrof. Hij heeft de probleemstelling in het leven van Boogaart volledig doorgetrokken, van zijn kind zijn af tot het ogenblik van zijn vreselijke daad. En natuurlijk de nadruk gelegd op de invloed van een figuur als Kuipers.
Het zwakke punt in de verdediging was, dat de verdediger niet aannemelijk kon maken — en daartoe ook geen poging deed — dat Boogaart niet geweten heeft welk een sadist Kuipers was. Het is n.l. niet aan te nemen, dat Boogaart met zijn acht maanden bewakerservaring daarvan niet op de hoogte zou zijn geweest. Dit was toen reeds algemeen bekend.
Het is niet altijd gemakkelijk een verdediger ten volle te waarderen. Hier zeker niet. En telkens weer moet men zich voorhouden, dat het zijn taak is alle factoren, die maar in het voordeel van den verdachte kunnen zijn, naar voren te brengen. Recht, dat de verdediging miskent, is geen recht. De neiging daartoe is bij velen onzer zeer sterk. Daartegen moeten wij waken. Want juist daartegen hebben wij willen strijden. En het grievende is, dat zovelen onzer trouwste makkers vielen als slachtoffers van het onrecht. Daarom moet het ons een voldoening zijn, ja het is een morele overwinning, wanneer wij onze vijanden ook alle voordelen van het recht gunnen.
Dit was voor ons de grote winst van deze dag: de wetenschap, dat — al struikelt ook nu het recht nog meermalen — er in Nederland weer recht gedaan wordt.

AD.


ma dec 22, 2014 8:55 pm
Profiel
Avatar gebruiker
Drentse Gerrit

Geregistreerd:
vr jul 26, 2013 2:06 pm
Berichten: 183
Woonplaats: Assen
Bericht Re: Recht een groot goed
Rechtspraak na de oorlog vind ik een boeiend onderwerp. Bovenstaande tekst is een mooie beschrijving, vooral door het beschrijven van de overpeinzingen en emoties.

_________________
Zij waren jong, hielden van het leven,
zij hebben het geriskeerd, zij hebben het gegeven,
opdat het uwe mooi zal zijn.

Andre Boude, para operatie Amherst


di dec 23, 2014 11:04 am
Profiel
Geef de vorige berichten weer:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 2 berichten ] 


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast


Je mag geen nieuwe onderwerpen in dit forum plaatsen
Je mag niet antwoorden op een onderwerp in dit forum
Je mag je berichten in dit forum niet wijzigen
Je mag je berichten niet uit dit forum verwijderen

Zoek naar:
Ga naar:  
cron
Alle rechten voorbehouden © STIWOT 2000-2012. Privacyverklaring, cookies en disclaimer.

Powered by phpBB © phpBB Group