Het is nu di dec 12, 2017 2:54 am




Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 1 bericht ] 
Kooistra en Oosthoek. 
Auteur Bericht
Eisbein

Geregistreerd:
za nov 26, 2011 11:05 am
Berichten: 277
Bericht Kooistra en Oosthoek.
Boeken.

Voor mij zijn dat geen gebundelde hoopjes papier, maar personages die mij iets willen vertellen. En naar zo’n persoon dien je aandachtig te luisteren, niet alleen uit beleefdheid maar ook omdat hij of zij de moeite heeft genomen een onderwerp naar waarheid te onderzoeken en in boekvorm te memoreren.

Als de neerslag van het onderwerp ook nog een encyclopedisch karakter heeft dan dient de onderzoeker meer dan zorgvuldig te werk te zijn gegaan. Als echter de schrijver met regelmaat daarin faalt, dan heerst ergernis en onzekerheid over de rest van de inhoud bij de enigszins ingewijde lezer.

Dat overkomt mij nu bij het doornemen van de diverse boeken van Jack Kooistra en medeauteur Albert Oosthoek. De dikke pillen “Een laatste saluut” en “Strijders, Onderduikers en Bevrijders” laat ik ondanks diverse verschrijvingen even buiten beschouwing.

“Recht op wraak” (vanaf nu RW) en het eerste deel van de geplande13-delige reeks “Represailles in Nederland 1940 – 1945” (vanaf nu RN) knagen aan mijn vertrouwen over de inhoud van de rest na het constateren van diverse controleerbare fouten en de door de schrijver daaraan gekoppelde verkeerde conclusies. Controleerbaar via dubbel-check o.a. in de opgegeven titels van de genoteerde bibliografie. Maar die titels zijn er waarschijnlijk alleen maar om de betrouwbaarheid van het boek te suggereren.

Dat de schrijver(s) in hun persoonlijke ontwikkeling groeien is te lezen in RW waarin Generaal Seijffardt constant met de Duitse schrijfwijze Seyffardt vermeld wordt. De Duitsers hebben in hun alfabet geen IJ maar wel een Y (Ypsilon), vandaar. Op blz. 14 van RN wordt daarop gewezen en vanaf dan in het boek correct toegepast.
Echter in RN wordt de plaats waar H. Schaft gedood werd op de ene blz. correct vermeld als Bloemendaal en op blz. 128 de Waalsdorpervlakte opgegeven.
Hier had de eindredactie, Klaas Jansma en Eddy van der Noord, moeten corrigeren.
Maar ja het is dan wel door de befaamde columnist Prof. Dr. B. Smalhout geschreven.

Wat ook opvalt is de inhoudelijke scheve verhouding i.v.m. de boektitel van 80 blz. alfabetische opgave van slachtoffers van represailles van het totaal van 247 blz.. De rest 167 blz. wordt besteed aan algemene beschouwing, volkenrecht, het rechte verzet, etc..

Om pakkend in huis (boek) te vallen begint Kooistra met een volgens hem nooit opgehelderde
aanslag (moord) op (in het boek) Feldwebel Alois Bamberger d.d. zaterdagavond 30 januari 1943. Even snuffelen bij het NIOD en/of het communistisch archief waar naoorlogse verklaringen liggen van Frans van der Wiel de leider van de Haarlemse communistische verzetsgroep waarin ook Hannie Schaft, Truus en Freddie Oversteegen zaten, zou opheldering hebben gegeven.
Wat is er in werkelijkheid gebeurt ?

Frans van der Wiel schiet zonder oorlogsnoodzaak de Duitse Oberfeldwebel Alois Bamberger van de Duitse medische dienst in de rug. Er wordt naderhand dan wel gesproken over een ”liquidatie”, maar het was een zinloze moord gevoed door redeloze haat.

De gevolgen zijn dramatisch. Niet voor Frans, maar voor de 109 mensen die opgepakt worden waarvan 102 naar Vught afgevoerd worden en de 7 andere plus 3 reeds vastzittende communisten die op 2 februari 1943 in de Kennemerduinen te Bloemendaal gefusilleerd worden.

En communistische Frans van der Wiel zweeg, was te laf om zelf de consequenties te nemen, die hij wel liet nemen door o.a. zijn drie (3) communistische kameraden uit IJmuiden, Piet Weij, Simon Warmenhoven en Roelof Strengholt.

Het valt op dat Kooistra in beide boeken nogal enthousiast gemakkelijk en naïef leunt op de uitspraken en verklaringen van de dames Oversteegen, en die zijn niet altijd leugenvrij en/of onaangepast.

Zo lees ik in RN weer het propagandistische onzin verhaal dat na de dood van Krijger, Overzet en Treffers plots zonder mogelijk weerwoord in kranten te lezen viel, inclusief een pagina grote heldhaftige tekening van twee fietsende meisjes die met uitgestrekte armen pistolen richtten op de hen tegemoet fietsende Krist.

Ik citeer wat Kooistra daarover in RN op blz. 20 schrijft.

“Soms leek het alsof Duitsers en hun medewerkers lukraak werden beschoten en de infrastructuur willekeurig werd vernield, louter om de bezetter schrik aan te jagen.
Een navrante illustratie daarvan vormde een gebeurtenis op 25 oktober 1944. Hannie Schaft en Truus Oversteegen stonden toen 's ochtends op het punt om in Haarlem de beruchte NSB-politieman Fake Krist uit de weg te ruimen, toen ze hem tot hun ontsteltenis ter aarde zagen storten nadat hij door een ander was beschoten. Gommert Krijger (alias 'Zwarte Kees') voerde samen met Chris Treffers en Jan Overzet, leden van het Politieverzet, de liquidatie uit. Als wraak voor deze aanslag werden tien mensen bij wijze van represaille doodgeschoten en vier huizen verbrand.”


Kooistra maakt hier een combinatie van wat Truus Oversteegen uitgebreider heeft geschreven in haar in 1982 verschenen boek met de titel “Toen niet, nu niet, nooit” over deze zgn. liquidatie poging en het ware verhaal over deze aanslag door het politieverzet. Te lezen in “Politieverzet in Haarlem” tijdens de Tweede Wereldoorlog. Auteur G.E. Hartendorf (Inspecteur van Politie)

Wat schreef Truus Oversteegen:
“En nu stonden we dan in de tuin, wachtend op Frans, die een telefoontje zou krijgen wanneer Christ geliquideerd zou moeten worden.”
En ook…..
Op de brug bij de Westergracht stopten we. We babbelden wat en keken intussen hoe de zaken er bij stonden.
En ook….
'Zeg maar niets, ze zijn er,' zei ik, en toen: 'Nou joh, fiets je een eindje met me mee?'
Ik zei het hardop, maar toch ook weer niet al te luid. Alles moest normaal lijken. Hannie keek bijna echt bedenkelijk of ze dat wel doen zou en knikte toen kortaf: ja.
We fietsten Christ en zijn bewaker Knor — die naam had Freddie bedacht — tegemoet. Daverend klonk een schot en nog een. Stomverbaasd staarden we naar een neervallende Christ.
Zijn bewaker was doorgefietst en liet zich van zijn fiets duikelen. Hij ontgrendelde direct zijn geweer. Ik peddelde met Hannie in mijn kielzog naar een krijsende vrouw, die de geliefde van Christ bleek te zijn.
'Gaat u gauw naar binnen!' riep ik. 'Ze schieten! Wij waarschuwen een dokter en de politie.'
Woedend en onthutst vanwege die onverwachte wending in het draaiboek fietsten we langs Christ die deels op de stoep, deels op de stoeprand lag uitgestrekt.”

In de laatste alinea ligt het bewijs van de leugens in dit propaganda verhaal. Krist, dus met een K, lag midden op de weg half onder zijn fiets en is pas na aankomst van de politie verplaatst naar de rand van de stoep. Zijn fiets werd bij de scheiding van de stoep en het grasveldje van de speeltuin geplaatst.
Dat werd gefotografeerd en is de enige foto die gepubliceerd werd.
In de laatste zin beschrijft zij dus die situatie, de enige die zij weet van een foto en niet hoe het werkelijk was. Truus Oversteegen en Hannie Schaft zijn nooit op het moment van de aanslag ter plekke geweest, zoals ook blijkt uit de getuigenissen van de werkelijke aanslagplegers.

Het politie verzet schrijft namelijk o.a. het volgende.
Fake Krist is in de kost bij broodslijter Rozeboom en zijn vrouw Alida Rozeboom-Koster aan de Westergracht 42.
Collega's probeert Krist ook voor z'n karretje te spannen.
Omdat Jan Overzet net als hij uit het Noorden komt en evenals Krist gereformeerd is, wordt Overzet gevraagd bij de ID te komen werken.
Jan Overzet bedankt voor de eer, onder het mom dat hij daar niet geschikt voor is.
Overzet: "Na Dolle Dinsdag waren een hoop NSB'ers gevlucht, maar Fake Krist niet. Hij leidde zo'n beetje de Inlichtingendienst. In het 'Huis met de Beelden' aan de Wagenweg kwamen verzetsstrijders bijeen.
Plotseling was daar een inval maar de verzetsmensen konden tijdig wegkomen, met achterlating van hun spullen. De ID had beslag weten te leggen op een lijst met de namen en adressen van verzetsstrijders. Die mensen liepen groot gevaar. In overleg en met goedkeuring van Sikkel werd besloten Krist uit de weg te ruimen. Dat zou gedaan worden door Zwarte Kees, alias Gommert Krijger uit de Haarlemmermeer, die scherpschutter op de karabijn was. Ik zou hem vergezellen omdat ik scherpschutter op pistool was. Er was al eerder geprobeerd Krist te liquideren."
Jan Overzet, Theo Ederveen, Gommert Krijger en Polis bespreken wat er nu gedaan moet worden. In overleg met mr. Sikkel, gewestelijk commandant van de BS, wordt besloten Krist te liquideren.
Er zijn drie redenen om hem om te brengen:
Hij werkt voor de SD;
Hij pakt en laat veel mensen oppakken, waaronder verzetsmensen, joden, hulpverleners enzovoort;
Hij bezit omvangrijke informatie, op grond waarvan nog veel meer mensen opgepakt zouden worden.

Voordat Zwarte Kees en Overzet de aanslag plegen, is door andere verzetsgroepen eveneens geprobeerd Krist neer te leggen. Gé van Buuren woont evenals Krist op de Westergracht.
Van Buuren: "In overleg met Sikkel en Wamsteker werd besloten Krist uit de weg te ruimen. Al in de zomer van 1944 was het plan geopperd om Krist te ontvoeren. Sikkel zou hem dan op laten nemen in een gesticht; in een isoleercel en in dwangbuis. Dan kon hij niet ontsnappen en nagenoeg niemand zou weten waar hij gebleven was. Na de oorlog kon Krist dan allerlei verraadzaken uit de doeken doen.
Bij een ontvoering zou het zeker zijn dat teveel mensen ervan op de hoogte waren en om die reden is het niet doorgegaan. Dus werd besloten hem te liquideren. Daardoor heeft Krist wel een heleboel geheimen in z'n graf meegenomen.

In Stoop's zwembad zat een burger-KP, de groep van Tinus Rode.
Die zou de liquidatie van Krist doen. Mijn taak was het verzamelen van gegevens over de gedragingen van Krist.
De tijdstippen van vertrek naar zijn werk en de route die hij volgde. Ik wist zelfs de vorm van het spatbord van z'n fiets. Zo'n fiets zag je verder in heel Haarlem niet.
Ik regelde een pasfoto van Krist. Die werd op diverse kastdeuren in Stoop geplakt, zodat men hem goed leerde herkennen.
We zouden Krist van drie kanten beschieten ter hoogte van de Oranjeboomstraat, bij een put. Het ging niet door want vlakbij, ter hoogte van de Boterbrug, passeerde een Duitse patrouille."

Het volgende plan is een éénmansactie. Eén man zou Krist neerschieten, maar dat plan wordt niet uitgevoerd omdat er geen zekerheid bestaat over het goed kunnen raken. De groep Rode heeft geen scherpschutters. Op 19 oktober 1944 wordt het derde plan geprobeerd.

Van Buuren: "Dat zou met een auto gebeuren, die we van een boer leenden.
Het voertuig stond al jaren onder het stro verstopt. De auto werd schoongemaakt, een monteur zorgde voor de motor, kortom, hij liep als een zonnetje.
De auto werd opgesteld in de Van Oosten de Bruijnstraat / Westergracht, uit het zicht van Krist.
Ik stond in de buurt met iemand te praten. Als wij uit elkaar zouden gaan, was dat het teken voor de chauffeur om te gaan rijden. Dan was Krist namelijk vertrokken. De auto ging rijden, maar vlakbij Krist sloeg de bobine door, met een geweldige klap.
De auto kon geen snelheid meer maken en langzaam reden ze Krist voorbij.
Krist had uiteraard in de gaten wat er gebeuren zou, en was dus gewaarschuwd.
Zijn kostvrouw had de gewoonte Krist altijd vanuit het raam na te kijken. De auto is 's morgens gevonden en door de moffen in beslag genomen.
Hij werd ter reparatie naar de Amsterdamse Rijtuig Maatschappij aan het Houtplein gebracht. Een kennis van mij werkte daar. Hij zei dat de auto 's middags klaar zou zijn en gaf mij de sleutels van de garage, zodat ik 's avonds de auto kon weghalen.
Toen ik daar om ongeveer 19.15 uur aankwam, was de auto al weg. Er was een Duitser uit Den Haag bij de Ortskommandant geweest en die Hagenaar zei dat hij 'onze' auto wel kon gebruiken."

Het rapport van 19 oktober 1944 van de Luisterpost Haarlem vermeldt: 'Krist vraagt Hillwig. Aan hem kan hij zich niet goed verstaanbaar maken en Högelmann ver¬vangt hem. K. meldt dat 3 burger-personen in een lichtblauwe 2-persoons benzine- PKW hem achterop reden op de Westergracht. Hij had geconstateerd dat 1 van de 3, die achter in de dicky-seat zat, 2 vuurwapens had. K. is afgestapt toen hij een wagen hoorde aankomen. Misschien hadden ze wel in de zin om hem neer te leggen. De wagen is de Leidsevaart opgedraaid in de richting Heemstede, hij had geen nummer. Zijn hospita had het gezien, toen ze hem nakeek uit het venster. Hij blijft nu thuis wachten op een geleide, want ze zullen verder op het nog wel eens proberen. Högelmann adviseert hem achterom te gaan.'

Aan de hand van de afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat Krist daarna de politie belt en wacht totdat hij escorte krijgt van de Landwacht. Even later wordt de auto door hem gevonden in de Zonnebloemstraat.
Korpschef Van Aperen feliciteert Krist met z'n behoud. In de loop van de avond zou de SD uit Amsterdam komen om een buurtonderzoek in te stellen. Tot groot ongenoegen van Krist laat de SD het echter afweten.

Van Buuren: "Op de ochtend van de 25e oktober 1944 ging ik vroeg naar Stoop's zwembad. Daar hoorde ik dat Zwarte Kees was ingehuurd om Krist neer te leggen. Via het pad tegenover Stoop rende ik richting Duvenvoordestraat en vandaar naar mijn huis om m'n vrouw in te lichten. 'Kijk vlug uit het raam, ze gaan Krist vandaag pakken!' riep ik. Op hetzelfde moment klonken schoten, we waren al te laat. Zwarte Kees heeft een einde gemaakt aan het leven van de man, die zelf veel levens heeft laten beëindigen. Kort daarna werd de Westergracht tot de Voorzorgstraat afgesloten".

De Politie-KP heeft de aanslag op Krist grondig voorbereid en doorgesproken. Polis, Van der Most van Spijk, Treffers en Ederveen nemen de eerste maatregelen.
Polis en Van den Most van Spijk herinneren zich, dat de karabijn tevoren in de piano in de gymzaal is verstopt.
Chris Treffers heeft een sleutel van de school geregeld.
Van der Most van Spijk: "Doordat de ramen hoog waren ingezet en aan de onderkant bestonden uit een rij kleine ruitjes, leek het mogelijk over het kozijn opgelegd te schieten.
Theo Ederveen tikte een geschikt ruitje kapot en Chris Treffers zei toen dat je de sporen van het misdrijf nooit van tevoren klaar moest leggen. Hij ging naar buiten en ruimde de scherven keurig op.
In het gymlokaal stond een piano en het leek ons een aangewezen plaats om de karabijn te verstoppen. Dat deden we dus. De aanslag werd bepaald op de volgende ochtend vroeg."

In de vroege ochtend van die woensdag de 25e oktober 1944 verlaten vier mannen het huis van Polis aan de Heussensstraat. Deze fietst met Overzet, Zwarte Kees en Theo Ederveen naar de school aan de Westergracht, hoek Leidsche Zijstraat.
Ze rijden via het Kenaupark, Leidsevaart en de Westergracht naar de Leidsche Zijstraat.
Overzet: "Het was donker, triest weer, maar wel goed zicht. Elk hadden we ons 9 mm FN pistool bij ons. Via de Leidse Zijstraat gingen we de school binnen, naar de gymnastiekzaal.
Vanuit die gymzaal hadden we door de hoge ramen een goed uitzicht. In de omgeving stonden leden van de Politie-KP op wacht. Rond half acht kwam de conciërge Handgraaf binnen. Hij werd door ons vastgebonden. Een onderwijzer en een onderwijzeres die later binnenkwamen en vroegen waar hij was, stuurden we weg. De kinderen namen plaats in hun lokalen, de school zou bijna beginnen."

Kort voor de aanslag zou een groep Landwachters het raam passeren. Dat verhaal is zeer twijfelachtig. Hoewel sommigen beweren dat ze uit het zwembad De Houtvaart komen, mag aangenomen worden dat dat niet het geval is. Het zwembad sloot op 1 oktober z'n poorten en zwemmen in de open lucht op 25 oktober is zelfs voor een groep Landwachters niet gebruikelijk. Ook Overzet hoort pas later dat er Landwachters langs gekomen zouden zijn. Hij heeft ze niet gezien of gehoord. Als er al Landwachters langsgekomen zijn, dan houdt Gé van Buuren het erop dat ze van de schietbaan in Overveen kwamen.

Bij de ingang van de St. Bavo staat Van der Most van Spijk op de uitkijk. Hij verklaart: 'Ik kan mij geen groep Landwachters herinneren. Rondom de school en in een wat wijdere kring stonden leden van de Politie-KP op wacht. Over die Land¬wachters heb ik geen van hen horen spreken. Het kan zijn, dat zij al weg waren voordat wij de posten hadden ingenomen.
De dekking mocht alleen optreden bij onverwachte calamiteiten. Als alles volgens plan ging moesten wij snel verspreiden en wegwezen. In de wijde omgeving was niemand te zien.'

Treffers staat op de uitkijk aan de overzijde van de Leidsevaart, tegenover de Westergracht. De andere leden van de Politie-KP, Blaauw, Broekman, Ederveen en De Vries staan op de Westergracht/Leidsevaart op de uitkijk. In de wijde omgeving is niemand te zien.

De Westergracht is nog niet gedempt. Voor de school is een rijbaan, dan een talud. dan de gracht, weer een talud en dan weer een rijbaan. Daar fietst Krist. Z'n hospita kijkt hem zoals gebruikelijk na. Achter hem fietst z'n oppasser, Pieter Knor.

Overzet: "Even over half negen kwam Krist aanfietsen. Hij was in uniform en had een karabijn op z'n rug. Hij wist dat hij voor zijn leven moest vrezen. Ik gaf Krijger een teken, want hij kende Krist niet. De afstand tussen ons en Krist was ongeveer 40, 50 meter.

Er is vier keer op Krist geschoten. Het eerste schot ketste, waarop weet ik niet, maar zeker niet op de Bavo, zoals men zegt. Het tweede schot ketste op de karabijn van Krist, maar hij werd wel geraakt want hij viel over z'n fiets heen. Hij zag waar vandaan er op hem geschoten werd, want hij probeerde zich om te draaien en richtte zijn karabijn op ons in de school. Zwarte Kees schoot nog een keer en die was goed raak.
Achter Krist fietste een zekere 'Knor', een handlanger van Krist. Die begeleidde hem op een afstand.
'Knor' boog zich over Krist heen. Ik zei tegen Gommert: 'Schiet die vent ook neer', maar Gommert verstond zeker 'Schiet nog een keer', vandaar dat hij nog een keer op Krist schoot.

In de gymzaal stond een piano. Ik opende de klep en Krijger legde het geweer erin.
Toen maakten we ons snel uit de voeten. Via de Leidsche Zijstraat, Hoofmanstraat, Zijlweg en Duvenvoordestraat gingen we terug naar de Heussenstraat.
In het begin fietsten we vlug door, omdat we bang waren voor afzetting van de wijk. Inderdaad werd kort na ons vertrek de Leidse buurt hermetisch afgesloten. Bij Polis nuttigden we een voortreffelijk ontbijt."
Per ziekenauto van Mathot wordt het lijk van Krist overgebracht naar het Elisabeth's Gasthuis. Daar wordt de dood van Krist geconstateerd door dr. Heeres.

Jan Overzet verklaart dat de foto, waarop Krist liggend bij z'n fiets is te zien, niet klopt. De gehate politieman fietste op de weg en na aanslag lag de fiets over hem heen.
Ze hebben hem verplaatst, kennelijk om nog eerste hulp te verlenen.
Van der Most van Spijk houdt het erop, dat het lichaam is, verplaatst om het onderzoek te bemoeilijken en een vals proces-verbaal mogelijk te maken. Het lijkt hem onwaarschijnlijk dat anderen op hetzelfde moment een aanslag wilden plegen want, zo zegt hij, de hele omgeving werd scherp door de Politie-KP in de gaten gehouden, en als er anderen gefietst zouden hebben hadden we dat gezien. Want fietsen waren in die tijd opvallend in het straatbeeld.

Op weg naar haar werk, vanuit haar kosthuis aan de Leidsestraat, hoort de 20-jarige Reina Mettes de schoten. Vlug loopt ze naar de Westergracht. Zij zegt dat meneer Handgraaf in de gymzaal is vastgebonden.
Mettes: "Ik hoorde een schot, waarschijnlijk weerkaatst door de Bavo.
Ik ging vlug kijken bij de Westergracht en zag daar Krist over de stang van z'n fiets hangen.
Kort daarna zag ik een vrouw aan komen hollen vanaf het bruggetje, die haalde iets uit z'n binnenzak en ging onmiddellijk terug.
Ik liep richting Leidsche Zijstraat, 'k Hoorde 'help, help' roepen. Het kwam uit de school. In de gymzaal zag ik een man zitten, z'n armen omhoog, vastgebonden aan het wandrek.
De touwen waren om z'n polsen gebonden. De schroeven uit het wandrek staken een stukje uit de muur. Bij m'n kostjuffrouw haalde ik een mes op en sneed de touwen door. Ik handelde impulsief. De man, het bleek de conciërge te zijn, rende meteen weg richting Leidsestraat. De mensen hingen uit de ramen. Ik ging terug naar m'n hospita, maar was daar niet welkom."

Hoewel Overzet meent dat het eerste schot niet op de Bavo geketst zou zijn, liggen de feiten toch anders.
Gerardus Strik, dan 9 jaar oud, komt kort voordat het eerste schot gelost wordt, uit de zijdeur van de Bavo, aan de zijde van de Westergracht. Het is dan omstreeks 08.45 uur.

Strik: "Ik was misdienaar geweest, en zo'n beetje de laatste die de kerk verliet.
Toen ik 'half' de deur uit was, ik stond nog bovenaan het trappetje, hoorde ik een schot waarvan de kogel kennelijk naast de deur in de muur ketste. Het gat zit er nog. Er werd als ik mij goed herinner, twee of drie keer geschoten. Ik kreeg scherven van de steen of van de kogel tegen m'n voorhoofd, waardoor ik meteen begon te bloeden.
Ook had ik twee gaten in m'n linkerbeen.

Ik ging de kerk weer in, waar toevallig nog een verpleegster was, zuster Van Zon van de Mariastichting. Zij bracht me naar de sacristie en legde een noodverband aan om m'n hoofd.
Pastoor Filbry werd erbij gehaald."
Met een platte kar van de NZH wordt Strik naar de Mariastichting gebracht, waar de wonden worden schoongemaakt en de scherven verwijderd.
Op datzelfde wagentje wordt hij naar huis gebracht. Hij moet het bed houden, wat in de kamer voor het raam wordt gezet.
Strik: "Een dag later kreeg ik van de ondergrondse een fruitmand met een briefje, waarin ze excuses aanboden en het hen speet, dat ze me geraakt hadden.
De brief was getypt. Dat was wat, fruit in die dagen!
Ik hield de brief voor het ruit en liet die zo aan m'n vriendjes lezen. De halve buurt heeft 'm gelezen. Een buurvrouw had het in de gaten en waarschuwde m'n moeder, die toen in een winkel aan het boodschappen doen was. Ze kwam thuis, ik kreeg een paar knallen voor m'n hoofd en zij gooide de brief meteen in de kachel.
Ze liet m’n vader waarschuwen niet thuis te komen, want je wist niet wie die brief nog meer gelezen had.
Een paar huizen verder woonden namelijk NSB'ers.
Voordat de schoten vielen, zag ik Krist nog fietsen. Toen ik het eerste schot hoorde zag ik Krist vallen.
Het gebeurde allemaal in enkele seconden. Na de aanslag kwam de recherche nog bij ons thuis voor een verklaring."

Overzet over de gevolgen van de aanslag: "Dat er represailles kwamen was natuurlijk erg vervelend, maar als Krist niet was vermoord, had hij vele mensen meer de dood in kunnen jagen.
We probeerden de mensen wier huis in brand werd gestoken of de nabestaanden daarna zoveel mogelijk te helpen, met bonnen enzovoorts.
Een tijd later was ik bij Miel Prager op visite. Daar was ook een vrouw en het gesprek ging onder andere over de aanslag op Krist. 'Als ik hem zou zien, zou ik hem nog niet verraden', zei die vrouw, waarbij ze in mijn richting keek. Zij had me kennelijk herkend."

Het dagrapport van het politiebureau Smedestraat vermeldt te 08.50 uur: 'Wordt telefonisch kennisgegeven, dat de hfwmr. Krist op de Westergracht is vermoord. Opperlt. van Daelen met personeel derwaarts. Deze rapporteert later, dat Krist op de Westergracht door een paar schoten, vermoedelijk uit een karabijn, is getroffen en direct is overleden. Just. Afd. onmiddellijk onderricht. Pol.pres., Ordn.Pol., Orts.komm., S.D. onmiddellijk onderricht. Bericht volgens berichtendienst verzonden.'

Het dagrapport van de recherche meldt diezelfde dag dat, nadat de Justitiële Dienst is gewaarschuwd, de recherche-inspecteur Van Marion met de rechercheurs Van der Werff en Spee onmiddellijk, derwaarts gaan.
Zij treffen Krist aan liggende aan de Westergracht tegenover de kerk, hevig bloedende uit een wond aan het achterhoofd en een wond in de rug.
Hij is inmiddels overleden. De mutatie in het dagrapport en het proces-verbaal worden door hen vervalst.
In de mutatie staat: 'Vermoedelijk heeft men van achter de heg van het speelterrein aan de Westergracht op Krist, toen hij zich van zijn woning in dienst begaf, geschoten, vermoedelijk met een karabijn. Mevrouw Rozeboom, heeft vanuit het bovenraam van haar woning 2 personen, waarvan zij verder geen signalement kan opgeven zien wegloopen vanaf dat speelterrein. Eén dier mannen had een karabijn bij zich.'

Ook in het proces-verbaal vervalsen de rechercheurs verklaringen. Zij laten de getuigen, waaronder de hospita van Krist en haar man, A.M. Rozeboom-Koster en W.F.J. Rozeboom. verklaren dat er door twee mannen geschoten is vanuit de speeltuin 'Mariagaarde' aan de Westergracht. De verklaring van de geneesheer-direkteur van het Elisabeth's Gasthuis, dr. Heeres, wordt ook omgebouwd: de schotwonden tonen aan dat er vanuit de speeltuin op Krist geschoten is.
Mevrouw Rozeboom-Koster verklaart in het proces-verbaal: 'Eenige dagen tevoren was ik voor de veiligheid van Krist 's morgens met hem meegereden doch hedenmorgen keek ik hem na van uit het geopende raam op de eerste verdieping van mijn woning. Toen KRIST zich bevond even voorbij het speelterrein aan de Westergracht werd er op hem geschoten vanuit een boschje staande op dat speelterrein. Ik zag daarop 2 mij onbekende mannen wegloopen vanaf dat speelterrein. Een van die 2 personen had een karabijn bij zich. KRIST was door de schoten getroffen en op den grond gevallen. Ik heb mij naar de plaats begeven waar KRIST lag. Hij bloedde hevig uit een wond in het hoofd en een wond in den rug. Even later gaf hij geen tee¬kenen van leven meer.'
De verbalisanten verklaren eveneens, dat de beugelkrop van de karabijn die Krist droeg, aan de onderzijde beschadigd is door een kogel die de aanslagplegers op hem hadden afgevuurd.

De SD in Amsterdam slikt het proces-verbaal voor zoete koek, maar is razend dat zij één van haar beste mensen is kwijtgeraakt. De SD stelt geen nader onderzoek in. De Duitsers menen dat de schoten gelost zijn vanuit de kathedrale basisliek St. Bavo en zijn van plan die kerk op te blazen.
Mede door het vervalsen van het proces-verbaal door Henk Spee, ziet de bezetter daarvan af. Op 24 juli 1952 krijgt Spee voor het redden van de St. Bavo uit handen van pastoor G.A. Jongejan van de St. Janparochie de pauselijke onderscheiding 'Pro Ecclesia et Pontifice'.
Als represaille voor de aanslag op Krist worden tien gijzelaars ter plaatse gefusilleerd en enkele huizen aan de Westergracht gaan in vlammen op. Ter nagedachtenis aan die tien gijzelaars is daar een monument opgericht.

Krist wordt op maandag 30 oktober 1944 begraven op de begraafplaats aan de Kleverlaan. Voor en achter rouwwagen lopen afgevaardigden van de Landwacht en de NSKK.
Rond het graf staan leden van de Wehrmacht, de Nederlandse en Duitse politie en een aantal bestuurlijke autoriteiten.
Majoor Van Aperen voert het woord en roemt de overledene, die het slachtoffer is geworden van een laffe sluipmoord.
Onder de sprekers ook Tjeerd van der Weide, de foute burgemeester van Velsen die Krist in 1933 heeft leren kennen. (Van der Weide wordt in juni 1947 geëxecuteerd).
Volgens het dagrapport van het bureau Rijksstraatweg hebben zich bij de begrafenis van Krist geen bijzonderheden voorgedaan.

Het rapport van 30 oktober 1944 van de Luisterpost Haarlem: 'PP (Politie President) met Meister Peinert. Over begrafenis van Krist. P. informeert naar het te volgen ceremonieel. Regeling is in handen van kameraad B. een vriend van den overledene. Ze hadden met elkaar afgesproken: de begrafenis van hem die het eerst kwam te overlijden, zou door den ander geregeld worden.'

Het vuurpeloton van de Landwacht besluit de teraardebestelling met drie salvo's bij het graf.

Henk Spee verklaart na de oorlog bij proces-verbaal, dat hij zoals gebruikelijk het oorspronkelijke verbaal van de aanslag op Krist vervalst heeft. Zo zijn vele tientallen processen-verbaal in de oorlog vervalst. Jan Overzet beaamt dat.
Knip: "Spee deed de zware zaken. Hij maakte expres valse mutaties in de dagrapporten op en vervalste ook processen-verbaal. Dat zou hem z'n kop gekost kunnen hebben. Dat werden dan verbalen zonder oplossing."

Op 12 april 1945 wordt broodslijter W.F.J. Rozeboom, tien dagen voor z'n 47e verjaardag, in zijn woning aan de Westergracht vermoord. Tussen 12.30 en 13.50 uur is hij door een schot in z'n hartstreek om het leven gekomen. Zijn lichaam wordt door z'n vrouw Alida gevonden, die om 13.50 uur thuiskwam. Hun woning is geheel doorzocht en sommige kasten zijn met behulp van een schroevedraaier opengebroken. Vermist wordt een portefeuille met fl. 1500,- en enige papieren. Het onderzoek wordt gedaan door Cees van der Werff, onder leiding van de hoofdinspecteur Woud.
Door wie de moord is gepleegd is tot op heden niet vastgesteld. Algemeen wordt echter aangenomen dat het hier niet om een politieke liquidatie gaat, maar om een 'gewone' roofmoord.

Ook op blz. 20 in RN staat ook dat:
“Bundeling van het verzet en een betere coördinatie was wenselijk, maar ook dit was niet van gevaar ontbloot. Dat bleek op 18 maart 1945, toen een lijst met veertig namen van Haarlemse verzetsstrijders in handen van de bezetter viel. Het was de bedoeling dat deze verzetslieden deel zouden uitmaken van de plaatselijke afdeling van de Binnenlandse Strijdkrachten. Drie dagen later werd Hannie Schaft gepakt. Zij stierf op 17 april, vlak voor de bevrijding, voor de lopen van het vuurpeloton.”

Ook dit is weer een verwarrende poging om de eigen fouten anders te doen lijken.
Niet op 18 maart 1945 maar enige maanden eerder in 1944 viel een lijst, die opgesteld was door de groep van Frans van der Wiel, in handen van Krist. Hierboven lazen we al bij het verhaal over politieverzet het volgende wat betrekking heeft op de groep van Frans van der Wiel.

“In het 'Huis met de Beelden' aan de Wagenweg kwamen verzetsstrijders bijeen. Plotseling was daar een inval maar de verzetsmensen konden tijdig wegkomen, met achterlating van hun spullen. De ID had beslag weten te leggen op een lijst met de namen en adressen van verzetsstrijders. Die mensen liepen groot gevaar. In overleg en met goedkeuring van Sikkel werd besloten Krist uit de weg te ruimen.”

Bundelen en coördinatie, waar de RVV naar streefde, is dan wel wenselijk maar als de groep van Frans van der Wiel een ongecodeerde lijst van verzetsstrijders opstelt en voor het oprapen door de ID op tafel laten slingeren, is dat spelen met andermans leven.
Hannie schaft werd niet gepakt in de zin van een eenzijdige actie door de Duitsers maar zij werd bij een controlepost waarheen zij vrijwillig naartoe ging met “De Waarheid” in haar fietstassen en een pistool in haar handtasje volgens de standaard procedure gecontroleerd.
En toen zij na het vinden van alleen die “Hetzschriften” , een verder onderzoek zowel in haar handtasje als aan het lichaam had niet plaatsgevonden, voor afvoer apart was gezet, is het bevreemdend dat zij niet geprobeerd heeft met het pistool in de hand haar vrijheid te behouden. De rest is bekend. Geen verraad, zoals word beweerd.
Einde verhaal H. Schaft.

Wel op 18 maart 1945 vond er een inval plaats bij Habraken waar wel allerlei drukwerk, maar geen naamlijst, gevonden werd dat bij de komende bevrijding dienst moest doen voor de Binnenlandse Strijdkrachten. De oorzaak daarvan was het verraad door een verzetsstrijder die zijn vriend Johan Alink (verzetsstrijder Zwarte Bob) op 18 december 1944 vermoord had. Voorbijgaand aan de verwikkelingen hoe hij in handen van de SD viel was het eindresultaat dat hij spontaan veel namen noemt met de bekende SD gevolgen.

De hierboven aangehaalde groep, hing een dictatoriaal systeem aan, in Nederland vertegenwoordigd door de CPN. Een systeem dat via de democratische politieke middelen, trachtte van Nederland een Sovjet-Unie gelijkend land te maken.

Ik breng even in herinnering de verklaring van Paul de Groot, de secretaris der CPN in 1949, die luidde: “Dat als Nederland ooit in oorlog met de Sovjet-Unie zou geraken, de sympathie van de communisten aan de zijde der Russen zou staan”.
Het daarop volgende applaudisseren en gejuich deed denken als na de bekende redevoering van Goebbels en zijn vraag “ Wollt ihr den totale Krieg”.

Het gewapend verzet waar deze verzetsgroep, en dus ook de dames Oversteegen, nog steeds zo prat op gaat, bestond dan ook vooral uit het vermoorden van ideologische tegenstanders en het verspreiden van “De Waarheid” het propagandablad van de CPN.
De vele represailles echter die daarop volgden, na dodelijke aanslagen door hun groep, vergden niet hun levens maar wel die van veel andere verzetsstrijders.
Te denken valt o.a. de voor het gehele Nederlandse verzet zeer importante “Bankier van het verzet”, Walraven van Hall, de leider van het Nationaal Steun Fonds, het NSF.
U weet geëxecuteerd bij de Jan Gijzenkade, 12 februari 1945, als gevolg van een moordende en puur voor eigen gebruik rovende communistische groep die ook onder Frans van der Wiel viel.

Als deze groep na een gewapende overval op een rijwielwinkel in Haarlem-Noord in een auto vlucht en zich klem rijdt bij de met Feldgendarmen bemande controlepost bij de Mauer-muur op de Rijksstraatweg / Jan Gijzenkade, komt het na het stopsein tot een eenzijdige schietpartij met gebruikmaking door hen van een Stengun.
Resultaat: Één burger zwaar gewond, één Unteroffizier Feldgendarme dood en één Gefreiter Feldgendarme gewond.
Eindresultaat: 2 Dagen daarna worden op dezelfde plek 8 gevangenen gefusilleerd waaronder zoals ik al schreef de voor het verzet ongekend zeer importante “Bankier van het verzet”, Walraven van Hall.

Vooraf vond al het weerzinwekkende hoogtepunt plaats in de misdaden van deze communistische (criminele) verzetsgroep. De brute roofmoord op boer Van der Zon in de Spaarndammerpolder. Dus een daad die onder het gemene Strafrecht valt. Op blz. 265 / 266 in RW wordt het gebeuren volkomen fout weergegeven. Justitie en politie deden wat nodig was om hen te onttrekken aan de greep van de Sipo, helaas het liep anders.

Volgens communistische bewering zijn de daders door verraad van de Nederlandse politie in de handen van de Sipo gevallen. Dat is af te wijzen op logische gronden. Zij wisten te veel en bij een stevig verhoor wegens communisme/terrorisme zouden namen van goede politiemensen en verzetsmensen zeer zeker bekend worden. En dan gaat de executiebal stevig rollen.
Veelzeggend, maar logisch in oorlogstijd, was toen de opdracht binnen het verzet, o.a. goedgekeurd door Frans van der Wiel, de leider van het communistische verzet in Haarlem, om hen het zwijgen op te leggen desnoods “om te leggen”, en dat terwijl zijn broer Sander lid was van deze groep.

Deze criminelen waren voor ieder een veiligheidsrisico geworden.

Truus Oversteegen, altijd fel in haar afkeurende meningen over anderen, vond het nu alleen maar “een rot streek” van de Ko van der Haas-groep.

Sander van der Wiel gaf vrijwillig de namen van de groep aan Ferry Oversteegen, na daarom door haar gevraagd te zijn. Ferry gaf ook vrijwillig deze namenlijst aan politieman Van der Voort.
Deze heeft haar dus niet die lijst “ontfutseld”, zoals nu beweerd wordt om Ferry vrij te pleiten van een domme onbezonnen daad met grote gevolgen.

De leden van de Ko van der Haas-groep, waarvan de gebroeders Van der Haas gedeserteerde NSKKers waren, werden op verschillende plaatsen in Noord-Holland samen met anderen gefusilleerd als represaille voor aanslagen, o.a. 15 man voor de burger schuilkelder op hoek van het Houtplein, Baan en de Dreef te Haarlem d.d. 7 maart 1945.

Behalve Sander van der Wiel, de broer van Frans, die bleef gespaard. Geluk, toeval of opzet.

De represaille na de moord op de Feldgendarme is in RW bij ‘Onbekend’ op blz. 312, de overvallers beschermend, met enige regels tekst afgedaan.

In RN worden landelijke executies van groepen verzetsstrijders omschreven.
Vreemd is echter dat die te Haarlem d.d. 7 maart 1945 met 15 slachtoffers daarin niet genoemd wordt. Onlogisch in de opbouw van het boek.
Dat geldt ook voor andere grote represailles die gepleegd zijn in Nederland.
Aan te nemen valt dat het noemen daarvan zal geschieden in de delen die per provincie een en ander zullen beschrijven.

Het is een gevoelig nobel streven van Kooistra om alle slachtoffers van een gewelddadige oorlogsdood in een serie boeken te herdenken.
Per provincie. Verbanden tussen bepaalde zaken lopen daarbij echter het gevaar niet gezien of genoemd te worden. Zoals die van de verzetsgroep ECH/3 van broeder Joseph die door het verraad van Anton van de Waals opgerold werd.
Terloops aangehaald op blz. 18 van RN. Hoe het verder tragisch afloopt met de andere leden van de familie Klingen blijft nu open.


Ook dat verhaaltje in RW blz. 184 / 185 hoe Sape Kuiper gevangen werd genomen klopt niet.
Misschien bij u niet bekend, maar de bekende schrijver Willem Frederik Hermans was een kennis van Kuiper.
In zijn Boekenweekgeschenk van 1993, "In de mist van het schimmenrijk" en in "Madelon in de mist van het schimmenrijk" heeft Hermans met de nodige schrijversvrijheid dat verhaal van die gestolen fiets en die ladder gooiende glazenwasser geschreven.
Heel prozaïsch maar de werkelijkheid was meer alledaags. Hoe dan ?

Op donderdagmiddag 22 juli 1943 schoot Sape Kuiper vergezeld van CS-6-lid Hans Geul vlak na drie uur de tandarts H.E.B. de Jong Cohen in zijn behandelkamer aan de Johannes Vermeerplein 18 neer. Ook zijn vrouw wordt door twee schoten verwond.
Pech voor Sape en Hans was het feit dat de laatste patiënt, die net de deur uit was, een politieagent in burger was maar wel bewapend, die op straat de schoten hoorde en het “moord” geroep uit een raam door de assistente. Hij keerde onmiddellijk terug en kwam tegenover de beide daders te staan. Kuiper werd meteen door hem gearresteerd en Geul even later door een langsfietsende leerling-wachtmeester-van-politie en enige toegesnelde burgers.
Eerst in het bureau Leidseplein vastzittend en later naar de Euterpestraat overgebracht was alle hoop verloren. Het einde van groep CS-6 stond op het punt te beginnen.

Tijdens het verhoor van Sape Kuiper noemt hij het adres Cornelis Krusemanstraat 79-1 van de oom van CS-6 lid Ernst Klijzing waar de CS-6 soms vergaderde.
Daar werden toen alle langskomende CS-6 leden en andere bij de groep betrokkenen door Maarten Kuiper, Walter, Wehner en Mollis gearresteerd (waaronder de half-joodse Reina Prinsen Geerligs).
Uit de verhoren volgden bekentenissen en arrestaties.
In diezelfde periode werd Dio Remiëns gearresteerd en verhoord en die noemde de namen van Leo Frijda, Hans Katan, de familie Boissevain en Maarten Gilse.

De lange trieste verdere geschiedenis kunt u zelf bij het NIOD en in de politierapporten nagaan.
Het gaat uiteindelijk om de onzin die in romans e.d. maar ook nu weer door serieuze onderzoekers als historische waarheid gepubliceerd wordt. Jammer maar bedenkelijk.

De zgn. aanslag op Ragut beschreven op blz. 114 in RW is een vreemde wirwar. Al voordien fout beschreven in het boek van Inger Schaap getiteld “SS-Sluipmoordenaars” en nu dus in herhaling. Het waarheidsgetrouwe politierapport met situatietekening is duidelijk niet geraadpleegd.

Een verdere opsomming van onjuistheden in beide boeken lijkt mij te ver te gaan. Als boek liefhebber is de slechte wijze van inbinden van “Recht op wraak” een ergernis, als 2 weken na ontvangst van het nieuwe boek, de gelijmde bladen al los laten. Ter overdenking citeer ik een alinea van Prof. Smalhout in RN blz. 133 die luidt: “Uit de arbeid van Kooistra en Oosthoek blijkt, dat ruim 65 jaar na de Tweede Wereldoorlog, het pijnlijke feit dat gewapend verzet uiteindelijk een negatief saldo opleverde.


zo jul 27, 2014 5:18 pm
Profiel
Geef de vorige berichten weer:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 1 bericht ] 


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 2 gasten


Je mag geen nieuwe onderwerpen in dit forum plaatsen
Je mag niet antwoorden op een onderwerp in dit forum
Je mag je berichten in dit forum niet wijzigen
Je mag je berichten niet uit dit forum verwijderen

Zoek naar:
Ga naar:  
cron
Alle rechten voorbehouden © STIWOT 2000-2012. Privacyverklaring, cookies en disclaimer.

Powered by phpBB © phpBB Group